
CERAM, 8 september 2026 – De spanningen rond het grondbeheer in de Centraal-Molukken lopen op. De inheemse gemeenschap van het gehucht Sinahari eist dat de overheid per direct stopt met de afbakening van hun leefgebied. Met name het plaatsen van grenspalen voor Omschakelbaar Productiebos (HPK) én de uitbreidingsactiviteiten van het Nationaal Park Manusela vallen bij de lokale bevolking in verkeerde aarde.
De bewoners eisen niet alleen dat de reeds geplaatste grenspalen onmiddellijk worden verwijderd, maar dringen er bij de overheid ook op aan om de beschermde status van het gebied volledig op te heffen. Volgens de inheemse gemeenschap berust het besluit van de autoriteiten op eenzijdige besluitvorming, waarbij de lokale bevolking buitenspel is gezet.
Levensader in gevaar
Voor de inwoners van Sinahari is het land geen blanco kaart op de tekenbanen van het ministerie, maar het erfgoed van hun voorouders. Het gebied dient al generaties lang als hun primaire bron van bestaan. De toewijzing van hun gronden aan een nationaal park of productiebos beperkt de gemeenschap direct in hun dagelijks levensonderhoud en traditionele landbouw.
“Dit land is onze levensader. Het zonder onze toestemming bestempelen als natuurgebied of productiebos vormt een directe bedreiging voor ons voortbestaan,” stellen vertegenwoordigers van de gemeenschap.
Eis voor inspraak en FPIC
De gemeenschap benadrukt dat de overheid internationale richtlijnen en inheemse rechten schendt. Zij eisen dat de overheid het principe van Free, Prior, and Informed Consent (FPIC) eert: beslissingen over hun traditionele gronden mogen uitsluitend worden genomen na voorafgaand, vrij en goed geïnformeerd overleg met en goedkeuring van de lokale bewoners.
De bal ligt nu bij het overheid en het beheer van het Nationaal Park Manusela. Zolang de grenspalen niet zijn weggehaald en de status van het gebied niet is herzien, blijft de gemeenschap bij haar besluit om elke staatsactiviteit op hun grondgebied tegen te houden.